Landelijk KoördinatiePunt groepen kerk en homoseksualiteit

 

     

Home

Nieuws

Groepen
       * overzicht
       * landelijk
       * regionaal

Activiteiten
       * roze vieringen
       * andere activiteiten
       * projectmedewerker          sociale acceptatie

Blad: Vroom & Vrolijk

Pastoraat, Spiritualiteit en ShivA

Literatuur

Andere homo-organisaties

Meningen
    * van kerken over            homoseksualiteit
    * van het LKP over
           • Stichting Different
           • belediging
           • weigerambtenaren
           • over deze termen:
                 geaardheid
                 homofilie

Wat is .../ Wie is ...

adres:
Postbus 3836
1001 AP Amsterdam
tel.: 06 47 19 47 78
(van 10-17 uur); mail:

secretaris@lkp-web.nl

 

 

 

 

 

geaardheid en homofilie

geaardheid
Met komt in Nederland tegenwoordig in het gesprek over homoseksualiteit steeds vaker het woord ‘geaardheid’ tegen, waar men in het verleden vooral sprak van ‘voorkeur’. In notities en rapporten over dit onderwerp, zoals deze zijn geschreven door bijvoorbeeld de Verenigde Naties en in kringen van de Raad van Europa, gebruikt met een meer neutrale term: ‘sexual orientation’, te vertalen als ‘seksuele oriëntatie’ of ‘seksuele gerichtheid’.
Een belangrijker reden om in elk geval de term ‘geaardheid’ te vermijden is het onbijbelse karakter ervan als het gaat om de duiding van wat mensen zijn voor God. Lezing van de scheppingsverhalen leert dat God de dieren weliswaar schiep ‘naar hun aard’, maar de mens ‘naar zijn beeld’. Dit is een belangrijk onderscheid dat ook implicaties heeft voor het gesprek over homoseksualiteit in het bijzonder en seksualiteit in het algemeen. De mens wordt anders dan de rest van de schepping niet bepaald door zijn aard, of: zijn natuur. Als beeld van God is de mens eerder tegen-natuur dan natuur. Dit uitgangspunt, dat een stevige theologische verankering kent, behoedt in ieder geval voor iedere biologische (lees: natuurlijke) drogredenering die het gesprek over (homo)seksualiteit zou kunnen vervuilen.
De term ‘geaardheid’ is ook nogal beladen omdat het de helft vormt van een berucht duo: geaardheid en gedrag. Vooral in (zeer) orthodoxe kringen maakt men graag dat onderscheid: je ‘geaardheid’ als neiging – daar kun je helaas niets aan doen (sommigen zeggen zelfs: daar moet je tegen vechten, of proberen je er van te laten genezen), maar de beleving ervan, homoseksueel gedrag – dàt mag niet.
Wij pleiten er daarom voor geen gebruik te maken van het woord ‘geaardheid’ en alleen te spreken van ‘gerichtheid’ of ‘oriëntatie’.
Voor wie nog wat meer over dit onderwerp wil lezen: er zijn in Vroom & Vrolijk enkele artikelen verschenen die hier te vinden zijn:
'Mijn voorkeur' door Geertje Roelofsdochter, september 2006;
'Weg met de geaardheid' door Gea Zijlstra, maart 2007.

homofilie
Na de Tweede Wereldoorlog heeft men binnen de homobeweging de term ‘homofilie’ ingevoerd omdat men vond dat ‘homoseksualiteit’ te veel de seksuele kant benadrukte – er is bij lesbische en homorelaties méér dan alleen seks. Later heeft men de term ook weer afgeschaft, omdat hiermee het seksuele aspect te zeer werd verdoezeld. Binnen de kerken heeft men langer vastgehouden aan ‘homofilie’, in de hoop dat deze meer eufemistische term het gesprek over dit thema zou vergemakkelijken, doordat het de aandacht enigszins af zou kunnen leiden van de (problematisch geachte) seksuele praktijk. Vanuit de bijbelse visie op de mens als (één ge)heel (het hebreeuwse ‘dabar’ betekent woord èn daad – je bent wat je doet), is dit onderscheid echter onwerkbaar gebleken.

Ook binnen kerkelijke kring wordt tegenwoordig meestal over ‘homoseksualiteit’ gesproken, behalve door de volgelingen van prof. dr. J. Douma, ethicus binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). In zijn boek Homofilie (5e druk 1984) maakt hij onderscheid tussen homofilie en homoseksualiteit. Hij verstaat hieronder respectievelijk “een gesteldheid waarin men de natuurlijke geslachtsdrift ontbeert …”, èn seksuele omgang met iemand van hetzelfde geslacht. Hoewel hij dit onderscheid uit pastorale overwegingen maakte, en daarmee binnen die kerken de discussie opengebroken heeft, kreeg hij toch kritiek uit eigen kring: In de ContrariO brochure Hand in hand (3e druk 2005) zet Mark Westergraaf uiteen dat Douma aldus het handelen van de mens toch te veel loskoppelt van het hele mens-zijn: “Menswetenschappen komen echter binnen Douma’s manier van ethiek bedrijven slechts op journalistieke en niet op wetenschappelijke wijze aan de orde” (p. 20).