Ontstaan LKP
De zelforganisatie van christelijke lesbiennes en homoseksuelen is begonnen in de jaren zeventig. In de jaren zestig was daar al het nodige voorwerk voor verricht. Pastores zorgden met hun aandacht voor lesbiennes en homo's voor draagvlak in de samenleving en in de kerken.
Voorgeschiedenis
In de jaren zeventig werden vanuit de synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland de plaatselijke gemeenten opgewekt om naar aanleiding van het rapport 'Over mensen die homofiel zijn' gesprekken over homoseksualiteit te organiseren. Al spoedig ontstonden daarop in enkele grotere steden werkgroepen van kerkelijk betrokken homo's en lesbo's die zich bij de kerken aanboden om mee te praten: praat niet alleen over ons, maar ook met ons. Sporadisch was er wel eens contact tussen twee van zulke werkgroepen voorlichting kerken (bijvoorbeeld in 1976 tussen de groepen uit Rotterdam en Utrecht).
Eind jaren zeventig werd er binnen het COC een Landelijke Werkgroep Geloof en Levensbeschouwing (LW) opgericht. Deze werkgroep stelde zich een dubbele taak: zowel binnen de homobeweging als aan de kerken duidelijk maken dat er wel degelijk gelovige lesbo's en homo's zijn, en dat die zich hun eigen plek niet laten ontnemen.
De werkgroep organiseerde weekenden waarin over geloof, kerk en homoseksualiteit gepraat werd; aanvankelijk gemengde weekenden, naderhand ook enkele vrouwenweekenden. De werkgroep richtte zich op de landelijke kerken, vanaf begin tachtiger jaren naast de Gereformeerde Kerken in Nederland ook de Nederlandse Hervormde Kerk, waarvoor vanuit de werkgroep werd meegewerkt aan het discussieboekje 'Verwarring en herkenning'. Ook werd vanuit de LW meegewerkt aan de brochure "'Vrije' Keuze - Hoe binnen Youth for Christ homoseksualiteit wordt onderdrukt" (1980).
Enkele leden van de LW waren ook locaal actief, en een enkele keer kwam het op de werkgroepsvergadering zijdelings ter sprake dat het wel zinnig zou zijn wanneer er meer contact tussen de plaatselijke werkgroepen was, zodat ze niet allemaal zelf het wiel hoefden uit te vinden.Sinds het eind van de jaren zeventig jaren was er ook een aantal landelijke werkgroepen opgericht, zoals die van protestantse en katholieke theologen en pastores, en een werkgroep voor gehuwden en hun (ex-)partners.
Naast deze beweging van meest gelovige homo's en lesbo's bestond er nog een organisatie van pastores, de Centrale Pastorale Werkgroep Homofilie (CPWH), reeds in 1971 ontstaan vanuit een aantal regionale pastorale werkgroepen homofilie.
Ontstaan van het LKP
In 1985-1986 staken enkele mensen vanuit de CPWH, de LW van het COC, het omroeppastoraat (ds. Alje Klamer) en de PSVG (Protestantse stichting voor voorlichting en vorming omtrent relaties en seksualiteit) de koppen bij elkaar. De CPWH achtte de tijd gekomen om zich als organisatie die ten behoeve van homoseksuelen werkte op te heffen, en het roer over te geven aan homo’s en lesbo’s zelf. Haar laatste activiteit was om in 1987 mee te werken aan de totstandkoming van het LKP, als samenwerkingsverband van plaatselijke, regionale en landelijke groepen rondom geloof, kerk en homoseksualiteit. Een aantal regionale pastorale werkgroepen homofilie is in 1987 blijven bestaan; enkele daarvan bestaan nog steeds, nu als regionale groepen van het LKP, zij het dat het ondertussen gemengde groepen van pastores en gelovige lesbo's en homo's geworden zijn.
De LW Geloof en Levensbeschouwing is na het ontstaan van het LKP geleidelijk aan in winterslaap gegaan. Het LKP kreeg de vorm van een stichting met een bestuur dat kans zag om subsidies te verwerven, zowel van de landelijke overheid als bij enkele kerken, en uit rooms-katholieke hoek van enkele congregaties. Door deze subsidies kon gedurende een aantal jaren een emancipatiewerker worden aangesteld, eerst Kees Posthumus, daarna Conny van Lier.
Vanaf 1989 zorgt het LKP er voor dat er op de jaarlijkse Roze Zaterdag een oecumenische kerkdienst wordt gehouden.
In 1992 deed het LKP ter gelegenheid van haar vijfjarig bestaan het boek '100 Vragen over homoseksualiteit en kerk' uitkomen

