Ko Joosse schrijft over lied 936: Luister naar de wind

Het nieuwe Liedboek, dat nu een paar maanden uit is, zou je kunnen vergelijken met een schatkist vol grote en kleine kostbaarheden, oud en nieuw, stoffig en fris. Een kleinood wat mij inmiddels heel dierbaar is geworden, is het lied Luister naar de wind (nr. 936).

Het is afkomstig uit Indonesië. Dat is ook het mooie van het nieuwe Liedboek: we vinden er liederen in van alle tijden en uit de gehele wereld. Veel meer dan het oude Liedboek uit 1973 is het een echt katholieke en oecumenische bundel die ons als gebruikers verrijkt met het geloof van andere tradities en andere culturen.

De tekst en melodie van ‘Luister naar de wind’ zijn geschreven door Rudolf Pantou. Hij is theoloog en kerkmusicus in Jakarta en Kalamanta. De vertaling uit het Bahasa Indonesia is gemaakt door Elly Zuiderveld-Nieman. Elly is vooral bekend geworden door de samenwerking met haar partner Rikkert in het duo Elly & Rikkert. Al 45 jaar zijn ze samen. Ze hebben beiden ongelooflijk veel kinderliedjes geschreven en gezongen, en doen dat nog met een niet te temmen enthousiasme tot op de dag van vandaag. In 1977 bekeerden ze zich tot het christendom. Sindsdien hebben ze werkelijk geen gelegenheid nagelaten om te getuigen van hun geloof. Wat je ook van hun liedjes mag vinden, hun werk dwingt grote bewondering af! Elly Zuiderveld doet dat ook met haar zeer geslaagde vertaling van ‘Linh terdengar lagu kasih’, zoals het lied in het Indonesisch heet.

Luister naar de wind

Wanneer doe je dat: luisteren naar de wind? Dikwijls als hij echt hoorbaar is, als hij tekeergaat in de takken van de bomen of loeit rond het huis: als een storm, met veel geweld. Maar daarvan is in dit lied geen sprake. De wind fluistert er eerder, als een zachte bries, als het stille, zachte suizen, waarin de profeet Elia Gods aanwezigheid vermoedt (1 Koningen 19,12-13). Het beeld van de wind roept natuurlijk ook associaties op met wat Jezus daarover zegt in het nachtelijk gesprek met de Farizeeër Nikodemus: ‘De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is’ (Johannes 3,8).

De bijbeltekst waardoor Pantou zich in dit lied echter het meest heeft laten inspireren, is Matteüs 11,28, waar Jezus zegt: ‘Kom allen naar Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik jullie rust geven.’
De versregels van iedere strofe zijn min of meer zelfstandige uitspraken die gedragen worden door één thema. In de eerste strofe is de gedachte: er is een lied van liefde, waarin te horen is: kom naar Mij, kom zoals je bent. In de tweede strofe: houd je vast aan Mij, Ik ben bij je. Is in de eerste twee strofen Jezus aan het woord, de derde strofe verwoordt het antwoord van de gelovige, als een belijdenis: ‘Jezus, U bent Heer, U geeft mij kracht, o bron van eeuwig leven, U die mij bemint.’ Het lied wordt inhoudelijk gekenmerkt door een grote intimiteit. Je zou kunnen zeggen dat het een bijna bevindelijk of mystiek lied is.

De melodie zit knap in elkaar: de eerste vier maten gaan naar een rustpunt toe. De laatste maat bestaat uit een hele noot. Daarna begint hetzelfde thema opnieuw, maar gaat dan naar een hoogtepunt. De laatste muzikale zin is een herhaling van maat 3 en 4. Zo komt alles weer tot rust. De muziek verbeeldt wat de tekst uitdrukt. De begeleiding van dit lied luistert overigens wel nauw: die komt het best tot zijn recht op een harp of een gitaar, eventueel ook op piano. De componist merkte bij de gitaarbegeleiding op: ‘Steek, vlakbij de brug van de gitaar, een lucifer tussen de snaren om een gong-achtig geluid te laten horen.’

Waarom kan dit lied ons zo inspireren?

Wie ontdekt dat hij of zij een andere seksuele identiteit heeft dan de meerderheid, heeft dikwijls een hele strijd met zichzelf te leveren. Het kan jaren duren voordat je jezelf als homo, lesbo, bi of transgender geaccepteerd hebt. Wie kan er niet van getuigen hoe moeizaam zulke jaren zijn geweest, hoe doodvermoeiend het dagelijkse gevecht is om je je in je familie, op school, op je werk of in de sportclub anders voor te doen dan je eigenlijk ten diepste bent? Een lied als dit nodigt je uit om te luisteren, te luisteren naar de wind, de wind die waait in je eigen hart … En dat lied zingt van liefde, de goddelijke liefde, die Christus naar je uitstraalt, en die je uitnodigt: kom maar, kom bij Mij, kom zoals je bent, met al je lasten, met al je moeite en verdriet. Kom, mijn kind, Ik zal jou verlossen. Bij mij vind je vrede, bij Mij mag je helemaal zijn wie je bent, met je gevoelens die je omgeving misschien niet accepteert, maar Ik wel. Ik ben bij je. Houd je maar vast aan Mij.

Misschien dat niet iedereen de passages zal kunnen meezingen, waarin gesproken wordt over de kleinheid en de zwakheid van de mens (regel 1 in strofe 2 en 3). Maar toch kun je je zo voelen tegenover machten en krachten die jou bedreigen, ontkennen, dwarszitten. Jezus belooft degene die zich tot Hem keert: overwinning over dood en pijn, kracht tegenover de vijand die nooit ophoudt om zijn vernietigend werk te doen. Jezus is voor ons de bron van eeuwig leven, de goddelijke mens, de menselijke God, die ons bemint!

Ko Joosse (1954; Rotterdam) is theoloog en liturgiewetenschapper en was lid van de Redactie Liedboek