Eelkje de Vries schrijft over lied 701: Zij zit als een vogel

Pinksteren 2014. De predikant begon de preek met een vraag: "Wat hebt u met de Heilige Geest?" Hij wachtte even en ging toen verder. Was het een retorische vraag? Zou hij het echt gewaardeerd hebben als er iemand in de kerk gereageerd had? Ik had het graag willen doen, maar het moment was al weer voorbij. Ik kon er niet zo snel opkomen: welk nummer uit het Liedboek - Zingen en bidden in huis en kerk en hoe klonk de beginregel ook al weer?

Wat ik met de Heilige Geest heb staat in lied 701 dat zo begint: 

Zij zit als een vogel broedend op het water,
onder haar de chaos van de eerste dag

Ik heb het leren kennen als lied 183 uit de bundel Tussentijds. Het is in 1988 door John L. Bell en Graham Maule voor de Iona Community geschreven. De melodie is als een Schotse volksmelodie gecomponeerd. De Nederlandse vertaling is van Joke Ribbers.

Toen het een keer gezongen werd tijdens de kerkdienst, heb ik het gelijk opgezocht via You Tube en eindeloos mee geneuried. Een melodie die mij doet tintelen. Ik ben muzikaal weinig onderlegd, dus daar kan ik weinig verstandigs over zeggen. Maar in eerste instantie viel ik op de melodie, pas later ben ik op de woorden gaan letten.

Want Zij is de Geest, één met God in wezen
gift van de Verlosser aan zijn aardse bruid

De Geest als een Zij… heel langzamerhand ging juist dit borrelen in mij. De Geest Gods voorgesteld als een Zij. Natuurlijk wist ik het wel: Ruach, Hebreeuws voor Geest is een vrouwelijk woord. De duif, de meest bekende verbeelding van de Geest is ook een vrouwelijk woord. De duif is bovendien het symbool van de liefdesgodin. Maar toch, het Nieuwe Testament spreekt over de Geest als over een Hij. Kan ik er dan zomaar in meegaan om de Geest als Zij aan te spreken?

De behoefte God ook vrouwelijk te benoemen, heb ik lang niet gehad. Als ik het ergens hoorde, stond het mij zelfs tegen. Ik kon prima leven met alleen maar God als Vader en als Heer. Dacht ik.  De laatste jaren werd ik soms geraakt als de vrouwelijke kant van God ter sprake kwam. Zoals in de Nieuwe Bijbelvertaling, Genesis 1: 26 en 27:

God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.

Door het zo te vertalen drong het dieper tot mij door dat ook het vrouwelijke beeld van God is. Maar vooral dit lied opende een nieuwe laag in mijzelf, verlangen naar een ander spreken over God. Ongetwijfeld heeft mijn coming-out en als gevolg daarvan mijn scheiding op 47-jarige leeftijd hiermee te maken. Ik beleef sinds die tijd veel meer vreugde in mijn vrouw-zijn. Omdat ik nu van een vrouw mag houden. Mijn eigen vrouw-zijn staat daartoe niet langer in de weg. 

De laatste jaren, ook door mijn opleiding en werk, is het accent verschoven van de God van de Bijbel naar de God die vandaag leeft en kan worden ervaren door mensen. Als bron van liefde, van hoop, creativiteit, van aanvaarding en heling. God wijst en wil ons bewegen naar ware humaniteit, verbonden met heel de aarde. God is niet opgehouden met spreken, met zich te laten kennen, maar doet dit nog steeds, door de Geest. Daarom vind ik de woorden van het lied zo prachtig. Ik zie Haar voor mij, gracieus dansend, bescheiden, een zachte volhoudende kracht.

Zij danst in het vuur, schouwspel zonder weerga
maakt de tongen los, taal en getuigenis

Ik ben sinds een paar jaar geabonneerd op het Nederlands Dagblad. Ik volg fanatiek de discussies over de positie van vrouwen en LHBT-ers binnen de gereformeerde kerken. De discussies maken mij duidelijk welke spanning er nog steeds heerst rond de verhouding tussen Woord en Geest. De verleiding is groot om die spanning weer opnieuw tot de mijne te maken, maar dat hoeft niet meer. Ik ben ervan overtuigd dat de Geest steeds wegen door de tijd schrijft, wegen die in de Bijbelse tijden, als doodlopende wegen werden gezien.

Ruach en Chokma (Wijsheid) zijn namen waarmee ik steeds vaker de Ene noem. Zij verbinden mij vooral met de nabijheid en geborgenheid en met het vermogen om krachtig en vruchtbaar te leven op de plek waar ik gesteld ben.

Eelkje de Vries is lid van het CHJC, betrokken bij de Holy Females en als kerkelijk werker betrokken bij twee Protestantse gemeenten.