Frits Brommet schrijft over de melodieën in het Liedboek

Hoe inclusief is het Liedboek - Zingen en bidden in huis en kerk? Over deze vraag heb ik met Mariecke van den Berg en Ineke Lautenbach bij de introductie van dit in Monnickendam een workshop gehouden. Onze conclusie was: er zijn genoeg teksten waarmee je uit de voeten kunt, en andere teksten zijn eenvoudig aan te passen. De bijdragen op deze site getuigen er eveneens van dat, ook voor onze achterban, er veel ruimte is bij de keuze van liederen. Alle hulde dus aan de tekstdichters die aan dit liedboek hebben gewerkt!!

Een kritische noot

Toch plaats ik nog een kritische noot, maar die gaat dan over de melodieën. Niet om de stijl ervan – sommigen klagen wel dat er te weinig in hun stijl te vinden is, maar voor mij zijn er voldoende verschillende muziekstijlen. Maar toch: een klacht van mij. Het komt niet meer voor dat ik in een kerkdienst alle liederen mee kan zingen. De melodieën reiken gewoon te hoog, mijn stem kan er niet meer bij. Het kan te maken hebben met mijn leeftijd: bij het ouder worden is mijn stem steeds meer een bas geworden. Bovendien begin ik de souplesse in mijn stem te verliezen waardoor ik zelfs een hoge D niet meer kan halen. Maar ik ben toch niet de enige in de kerk met een basstem?

Het valt op dat in de kerk, bij het zingen, de mannen vaak niet meezingen. Gemeentezang is vrouwenzang, met een enkele mannenstem. Ik begin steeds meer te begrijpen waardoor dat komt. Zij kunnen gewoon niet meedoen.

Voorbeelden

Met Pinksteren zongen wij in de kerk lied 672, Kom laat ons deze dag. Een mooi lied – maar al in de eerste regel komt een hoge Es voor; voor mij een reden om een octaaf lager te gaan zingen. Maar in de tweede regel duiken we naar beneden, tot aan een lage Bes. Moet ik die echt zo laag gaan brommen? Regel zeven begint zelfs met een hoge F waarna regel acht afsluit met een lagere en goed zingbare Es. Ik spring steeds van het ene octaaf naar het andere, en houd het niet meer vol.

Andere voorbeelden: lied 841, Wat zijn de goede vruchten die groeien aan de Geest? Het zet in met herhaalde hoge D’s, en de laatste regel begint zelfs met een hoge E. Voor mij onzingbaar. Of het lied van de volgende week 993, Samen op de aarde. Het accent valt in de tweede regel op een hoge D, en in de derde regel gaan we naar de hoge E. Ik kan dus niet meezingen.

Een octaaf lager

Dat geldt voor veel liederen. Regelmatig kies ik ervoor om het lied een octaaf lager te zingen. Steeds weer stuit ik echter op bovenstaande bezwaren: voor je het weet, wordt het gebrom. En steeds heen en weer springen tussen octaven is ook geen pretje, verhoogt het zangplezier bepaald niet. Toen ik laatst in een kerkdienst geen enkel lied mee kon zingen, was voor mij de maat vol. Ik besloot niet meer mee te zingen – al zeggen velen dat ik een mooie zangstem heb.

Ik vind het heel jammer dat ik de mij gegeven stem zo weinig kan gebruiken. Een oplossing heb ik niet zo gauw. Er zijn maar weinig liederen in het Liedboek waarbij een tweede (of derde en vierde) stem afgedrukt staat. Bovendien kunnen, vermoed ik, slechts weinigen zo goed van het blad zingen dat zij zo’n stem zouden kunnen gaan zingen. Dat vind ik jammer, maar het is helaas zo.

Oproep

Kortom: nu de tekstdichters gezorgd hebben voor inclusieve liedteksten, wordt het tijd dat de kerkmusici zich gaan inzetten voor liederen die door iederéén in de kerk mee te zingen zijn! 

Frits Brommet is emeritus predikant van de PKN en bestuurslid van het LKP